Het laatste formule 1 nieuws

Column: De ronkende woorden van Stroll doen een belletje rinkelen

Column: De ronkende woorden van Stroll doen een belletje rinkelen

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

“We krijgen de kans om een nieuwe pagina toe te voegen aan de geschiedenisboeken van de Formule 1.” Met die ietwat dik aangezette woorden beschrijft Lawrence Stroll de terugkeer van Aston Martin in de koningsklasse van de autosport.

Het is maar de vraag op welke geschiedenis Stroll doelt. Die van zijn eigen automerk Aston Martin of die van het team dat voorheen Racing Point heette? Of misschien doelt de Canadees wel op Spyker, dat andere automerk dat in 2006 hetzelfde kleine F1-team uit Silverstone opkocht.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen Spyker en Aston Martin, vooral in financiën, maar ook in startpunt en perspectief. En toch is het frappant om te zien hoeveel overeenkomsten er eigenlijk ook tussen beide partijen zijn. Twee merken, één gedachte

Ten eerste zijn Aston Martin en Spyker beide schatplichtig aan Eddie Jordan, de oorspronkelijke oprichter van Jordan Grand Prix, dat na alle naamswijzigingen ook bekend staat als Team Silverstone. Het Nederlandse team borduurt in 2006 en 2007 voort op de successen van Jordan, terwijl Aston Marin vooral leunt op de recente prestaties van Force India en Racing Point.

Daarmee houdt de overeenkomst niet op: zowel Spyker-topman Victor Muller als Aston Martin-eigenaar Stroll is een zeer kundig marketeer. Beiden zijn toevalligerwijs ook nog eens afkomstig uit de mode-industrie en beiden vinden een automerk wel een leuke toevoeging aan hun portfolio. Het besef dat er met het bouwen van sportauto’s enorme kosten zijn gemoeid, daalt bij beiden pas wat later in en financiële tegenslagen nopen zowel Muller als Stroll tot een lange strooptocht langs investeerders en uiteindelijk het bekende recept voor een financiële injectie: de beursgang.

Spyker Cars doet in 2004 zijn intrede op de AEX, Aston Martin Lagonda gaat in 218 naar de beurs. In beide gevallen verdampen de inkomsten echter al weer snel en dus volgt een nieuwe konijn uit de hoge hoed. Dit keer wordt de ultieme troefkaart voor een sportautofabrikant gespeeld: deelname aan de Formule 1. Deze vlucht naar voren kost enorm veel geld en is een grote gok, maar indien goed uitgevoerd kan het de ultieme cashcow zijn voor een sportautomerk.

Dit keer dingen Muller en […]

Lees het hele artikel op de volgende pagina Column: De ronkende woorden van Stroll doen een belletje rinkelen