Het laatste formule 1 nieuws

Het grote veldritdebat (deel 1): Spoorzoeken in het slijk

Het grote veldritdebat (deel 1): Spoorzoeken in het slijk

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Een coronaproof rondetafelgesprek – leve Zoom! – beleggen met zeven mannen die er toe doen in zowel de Vlaamse als de internationale veldritwereld: het bleek geen sinecure. Een debat waarin het gezamenlijke doel van onze gasten het finaal haalde van ieders individuele belangen. “Het format van het veldrijden staat als een huis. Alleen moeten we weg uit de Vlaamse klei.”

Alle stakeholders van het veldrijden beseffen dat er werk aan de winkel is om de veldritsport in de toekomst naar een hoger – lees: internationaler – niveau te tillen. Cyclocross is altijd al een Belgisch-Nederlands onderonsje geweest en de top is er de laatste jaren, vooral bij de mannen dan, alleen maar op versmald. Bovendien heeft het veldrijden, zeker nu Mathieu van der Poel en Wout van Aert steeds meer wegrenner zijn, een gebrek aan vedetten. Hoe krikken we onze favoriete kijksport in de winter weer op naar het niveau van weleer? Schort er iets aan het huidige businessmodel van het internationale veldrijden en zo ja, wat is voor jullie het meest duurzame cyclocrossmodel voor de 21 ste eeuw?

Tom Van Damme : “Het Vlaamse model is wat mij betreft een voorbeeld voor een gezond internationaal model. Een combinatie van media- en tv-coverage, goede tot zeer goede organisatoren, goed gestructureerde teams, die zowel met jeugd, mannen en vrouwen werken en daarnaast een aantal vedetten. En liefst met een duel tussen die toppers als extra troef. Daar hebben we in België overigens nooit over mogen klagen. Denk aan de duels tussen Bart Wellens en Sven Nys, dikwijls nog met enkele antipodes zoals Mario De Clercq die nog voor extra pigment zorgden.

Noodzakelijk is ook de goede werking tussen die verschillende actoren. Daar kan je dan op bouwen. Ik denk vaak terug aan mijn eerste bezoek aan de Koppenbergcross, waar toen amper tweeduizend bezoekers op afkwamen. Wat een verschil met de laatste jaren, wanneer je er over de koppen kon lopen. Het duidt erop dat zoiets stap voor stap en structureel moet groeien. Dankzij de gesloten omloop waarop een cross wordt afgewerkt, kan de organisator inkomsten genereren. Via ticketing, catering en het […]

Lees het hele artikel op de volgende pagina Het grote veldritdebat (deel 1): Spoorzoeken in het slijk