Het laatste formule 1 nieuws

Hoe de Lotus Eleven het sportwagenmerk op de kaart zette

Hoe de Lotus Eleven het sportwagenmerk op de kaart zette

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Zonder de XI (of Eleven) zou Lotus waarschijnlijk nooit zijn doorgedrongen tot de hoogste regionen van de autosport. Sterker nog: het Britse sportwagenmerk zou waarschijnlijk niet eens van de grond zijn gekomen in de jaren 50. Maar een bijzondere racewagen met een minimale motor zette de nicheconstructeur in één klap op de kaart. Het succes van de Eleven zette Colin Chapman er niet alleen toe aan om de namen van alle daaropvolgende straatwagens met een E te laten beginnen (zoals de Elite en de Esprit), maar stimuleerde zelfs het contemporaine Lotus om een vervolg te breien aan de XI-historie.

De annalen van het Britse sportwagenmerk zouden niet zo rijk zijn als de Seven geen gezelschap van de Eleven had gekregen, de succesvolste racewagen die Lotus ooit heeft geconcipieerd. Chapman had al even op het project zitten broeden, tot hij zijn beste mensen midden jaren 50 ervan kon overtuigen om wat overuren te maken. Frank Costin, een aerodynamicaspecialist die ten tijde van de Mark VIII al bij het merk was komen werken, ontwierp een koetswerk met een extreem lage luchtweerstandscoëfficiënt, terwijl Chapman zich over het buizenframe ontfermde. Dat kwam uiteindelijk op minder dan 35 kg uit, waardoor je het zomaar boven je hoofd kon tillen, een statement dat Chapman meer dan eens op foto heeft laten vereeuwigen. Door het spaceframe te bekleden met aluminium uit de luchtvaartindustrie woog het eindproduct nauwelijks 450 kilo, inclusief vloeistoffen. Dikke motoren waren dan ook uit den boze; enerzijds omdat die de delicate balans zouden verstoren, anderzijds omdat de XI met 1,1 liter snel genoeg was om zijn klasse te domineren. Sterker nog: bij de 1,5-liters stond de batmobile ook op het podium, terwijl het model zelfs bij de tweeliters competitief was. De oorspronkelijke FWA-motor, een 1.098 cc kleine viercilinder met een enkele bovenliggende nokkenas, kwam van Coventry Climax, een Brits bedrijf dat alles van heftrucks tot racemotoren produceerde. Maar dat was lang niet de enige motorleverancier. Chapman was namelijk gespecialiseerd in het hergebruiken van afgedankte onderdelen die hij goedkoop kon vinden bij sloophandelaars. Zo zouden er in de spartaanse XI onderdelen zitten van onder meer […]

Lees het hele artikel op de volgende pagina Hoe de Lotus Eleven het sportwagenmerk op de kaart zette